Bijbelstudie
 

Gods plan met de Moslims

  In de studie "Hoe kijkt God naar de Moslims" kunnen we zien dat God veel van de moslims houdt en dat Hij ze vrij wil zetten van de slavernij aan zonde en religie. Er wordt vermeld dat er nog vele andere profetieën zijn die over de nakomelingen van Ismaël gaan.
 
Dit bevestigt de liefde van God voor de Arabieren. Tevens blijkt daaruit dat Hij een unieke rol heeft weggelegd voor hen in de eindtijd.
 
In deze studie kijken we naar een enkele profetische boodschappen in de Bijbel die nog niet in vervulling gegaan zijn. Er staan nog grote dingen te gebeuren! Maar eerst volgen we het leven van Ismaël.
 
Voetnoten in de tekst zijn aangegeven met . De voetnoot wordt zichtbaar op het scherm door het sterretje aan te klikken met de muis. Door er nogmaals op te klikken, of door op de noot zelf te klikken, verdwijnt de noot weer.
Verwijzingen naar meer uitgebreide commentaren zijn in de tekst aangegeven met . Als er op wordt geklikt, verschijnt er een andere pagina. De link << terug op die pagina brengt u terug naar waar u was.
 
N.B.: De bijbelteksten op deze en de onderliggende pagina's zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007, tenzij anders aangegeven.

 
  1. Het leven van Ismaël
    1. Hagar's terugkeer
    2. Gods verbond bekrachtigd
    3. Ismaël weggestuurd
    4. God ziet om naar de jongen
    5. Isaak en Ismaël
  2. Het nageslacht van Ismaël
    1. De nakomelingen van Isaak en Ismaël
    2. Profetieën omtrent de afstammelingen van Ismaël
    3. Vervulling van de profetieën
  3. Nog te gebeuren
  4. Conclusie
     
  5. Literatuur
 

Terug naar het begin
 1. Het leven van Ismaël
 
De moeder van Ismaël, Hagar, is een Egyptische slavin bij wie Abraham een kind verwekt heeft. Nadat zij door Sara mishandeld is, vlucht ze terug naar Egypte (Genesis 16: 1-6).
Onderweg ontmoet de Engel van de HEER haar en gebiedt haar om terug te keren naar Abraham en Sara. Hij spreekt enkele bijzondere beloften uit over het kind in haar schoot (Genesis 16: 7-12).
Deze beloften zijn uitgewerkt in het artikel:
"Hoe kijkt God naar de Moslims"

Hagar is diep bemoedigd en roept uit "U bent een God van het zien". De keuze om wel of niet naar God te luisteren lijkt na deze geweldige openbaring van Zijn liefde niet moeilijk meer. Hagar is gehoorzaam aan de HEER.
 
a. Hagar's terugkeer
Na het gesprek met de Engel van de HEER, keert Hagar bemoedigd terug naar haar meester en meesteres. Ze vertelt precies wat er voorgevallen is en Abraham sluit de woorden in zijn hart. Als zijn zoon geboren wordt, geeft hij hem de naam die de Engel van de HEER opgedragen heeft.
Nu was het in die tijd niet ongebruikelijk dat een kinderloze echtgenote een bijvrouw gaf aan haar man en dat zij het kind zich dan toe-eigende als van haarzelf. We kunnen ons voorstellen dat Sarai blij was met de geboorte van Ismaël. Door hem zou ze toch een naam kunnen opbouwen. Jaren gaan voorbij en er groeit een hechte band tussen Abraham en zijn zoon. Er lijkt een gelukkige tijd aangebroken te zijn voor het gezin.
 
b. Gods verbond bekrachtigd
Dertien jaar na Ismaël's geboorte verschijnt de HEER weer aan Abraham. Inmiddels is hij 99 jaar geworden. "Je zult de stamvader worden van een menigte volken", zei Hij (Genesis 12: 2).
 
Zo luistert Abraham verder naar Gods verbond. Hij hoort over de besnijdenis, die het teken is van het verbond. Iedere mannelijke persoon in zijn nageslacht die besneden is, is er deel van. Onbesnedenen staan erbuiten. Door Ismaël te besnijden brengt Abraham hem onder het speciale verbond, waaraan de HEER zijn zegen geeft.
 
Ineens schrikt Abraham. De naam van zijn vrouw Sara wordt genoemd en de HEER belooft dat ze zwanger zal worden. Dit gaat Abraham te ver en hij kan het niet geloven. Hij verbergt zijn lach door voorover te buigen. Voor hem is het genoeg als de HEER Ismaël wil zegenen met het beloofde land. De HEER maakt het echter heel duidelijk dat Hij de belofte wil vervullen door Sara een zoon te geven.
 
Nu beseft Abraham dat het plannetje van Sara met Hagar niet Gods oorspronkelijke plan was. Tjonge, hoe zal het dan met Ismaël aflopen? Dat God inmiddels niet meer over één volk sprak maar over vele volken dringt niet bij hem door. God beantwoordt hem met de geruststellende woorden "wat Ismaël betreft, ik verhoor je: ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en hem veel, heel veel nakomelingen geven. Twaalf stamvorsten zal hij verwekken en er zal een groot volk uit hem voortkomen" (Genesis 17: 20). .
 
Als wij vandaag voor de Moslims bidden, dan zegt de HEER ook "Ik heb je verhoord". Ismaël is besneden en mag daarom de zegeningen van Gods verbond met Abraham ontvangen. Tot op de dag van vandaag worden zowel de lichamelijke als geestelijke nakomelingen van Ismaël besneden. Ofschoon zij dit doen in navolging van een islamitisch voorschrift, vindt het haar oorsprong in het hart van de hemelse Vader.
 
c. Ismaël weggestuurd
Ongeveer een jaar later baart Sara een gezonde zoon. Zoals Abraham gedaan heeft met zijn eerste zoon, Ismaël, geeft hij ook deze zoon de naam die de HEER hem reeds voor de conceptie heeft gegeven, namelijk Isaak.

Genesis 17: 19

Maar God zei: "Nee, je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden".

 
Sara's interesse in Ismaël neemt snel af en ze keert zich zelfs tegen hem. De zoon van de slavin mag niets erven. Alles moet naar haar eigen zoon van vlees en bloed. Wat een afwijzing voor de jonge Ismaël, de eerstgeborene. Abraham heeft er ook veel strijd om dat zijn vrouw zich tegen zijn zoon keert.
 
Pas als God zelf tegen hem zegt dat hij Ismaël weg moet sturen, doet hij dat. Het is opvallend dat de HEER hem geruststelt door de belofte te herhalen dat zijn zoon een groot volk zal worden. God zegt daarmee: "Jij kunt straks niet meer voor hem zorgen maar Ikzelf zal hem zegenen. Leg hem maar in Mijn handen".
Dit is de derde keer dat de HEER belooft Ismaël bijzonder te zegenen. Abraham is gehoorzaam en zendt Ismaël weg, samen met zijn moeder.
 
d. God ziet om naar de jongen
Hagar dwaalde doelloos rond in de woestijn. Ze was alles kwijtgeraakt en had geen hoop meer voor de toekomst. Ze was haar vertrouwen in God kwijt en haar zoon was zo zwak dat ze verwachtte dat hij zou sterven. Jaren geleden vluchtte ze naar Egypte. Dit keer kon ze dat niet meer opbrengen. Het lijkt wel of ze dieper weggezakt was dan ooit. Ineens hoorde ze een bekende stem. Het was dezelfde die haar bij de bron had aangesproken. Ze zag echter niemand, het geluid kwam uit de hemel! "Wees niet bezorgd" klonk de geruststellende stem. "God heeft je jongen gehoord" (Genesis 21: 17).

Genesis 21: 17

Maar God hoorde de jongen kermen, en een engel van God riep Hagar vanuit de hemel toe: "Wat is er, Hagar? Wees niet bezorgd: God heeft je jongen, die daar ligt te kermen, gehoord".

 
Ineens herinnerde Hagar zich weer de betekenis van de naam van haar zoon - "God hoort". Ze besefte dat deze naam niet alleen sloeg op haar vroegere nood, maar een belofte was voor zijn hele leven. Alsof het niet genoeg was, bevestigde de HEER nogmaals aan haar dat uit hem een groot volk zou voortkomen. Daarmee had God de belofte vier keer uitgesproken. Tweemaal direct tot haar en tweemaal had ze het via Abraham gehoord.
 
Bron in de woestijn Ze kreeg weer moed en stond op, in navolging van de opdracht van de engel. Ineens zag ze een waterput. Die put was er de hele tijd al, maar door haar wanhoop, pijn en tranen had ze hem niet kunnen zien. Ze nam van het water en gaf het aan haar zoon. Die kwam op krachten en was in staat om weer verder te gaan en uiteindelijk eten te bemachtigen. Wat een levenskracht had dit water. .
 
e. Isaak en Ismaël
Ofschoon de Bijbel weinig zegt over het verdere leven van Ismaël, is er een korte tekst die boekdelen spreekt. In Genesis 25: 9 en 10 lezen we dat Isaak en Ismaël samen hun vader Abraham begraven.

Genesis 25: 9,10

Zijn zonen Isaak en Ismaël begroeven hem in de grot van Machpela op het land van Efron, de zoon van de Hethiet Sochar, dicht bij Mamre,

het stuk land dat Abraham van de Hethieten had gekocht. Daar ligt Abraham begraven, evenals zijn vrouw Sara.

 
Begrafenis Hieruit kunnen we leren dat beide broers een goede relatie hadden met elkaar. Ze deelden dit zo intieme moment.
In warme klimaten ontbindt het dode lichaam snel en daarom moet het binnen 24 uur begraven worden. Ismaël moet al naar zijn vader gereisd zijn voordat hij overleden is. Wellicht heeft zijn halfbroer Isaak hem gewaarschuwd dat zijn vader snel verzwakte. Het is nog waarschijnlijker dat hij zijn vader zelfs al langere tijd gezien had. Abraham wilde hem nooit wegsturen en het is aannemelijk dat zijn hart steeds uitging naar Ismaël en dat hij na de dood van zijn vrouw Sara, weer contact heeft gezocht met hem.
 
Isaak en Ismaël hadden waarschijnlijk een vertrouwensband met elkaar. De volgende gebeurtenissen wijzen daar op:
  • Na de dood van hun vader ging Isaak wonen bij de bron Lachai-Roi. Dat was waar de Engel van de HEER voor het eerst in de geschiedenis aan een mens was verschenen. Hagar zal het verhaal vaak aan haar zoon verteld hebben. En die gaf het weer door aan zijn broer. De eerste openbaring van de Engel van de HEER daar maakte het tot een bijzondere plaats om te wonen.
  • Jaren later trouwde Isaak's zoon Ezau met een dochter van Ismaël (Genesis 28: 9).
 

Terug naar het begin
 2. Het nageslacht van Ismaël
 
De gemoedelijke relatie tussen Isaak en Ismaël is ook zichtbaar in hun nageslacht.
 
a. De nakomelingen van Isaak en Ismaël
Helaas worden Isaak en Ismaël vaak afgeschilderd als vijanden van elkaar. Kijken we naar de geschiedenis van beide geslachten dan zijn er inderdaad momenten waarop er conflicten waren. Er zijn echter ook duidelijk tijden waarop beiden op goede voet stonden met elkaar.
 
In de Bijbel worden veel conflicten beschreven tussen Israël en de omringende volkeren. Daaronder worden slechts drie keer de Ismaëlieten genoemd.
Van die drie, waren er twee alleen met afstammelingen van Ismaël, en één waarbij de Ismaëlieten slechts één van de vele volkeren waren.
 
In vergelijking was de vijandschap tussen Israël en de andere volkeren dus veel groter. Dit ondersteunt de letterlijke Bijbelvertaling van Genesis 16: 12 uit de Statenvertaling: 'Hij zal wonen voor het aangezicht van al zijn broederen'.
 
Er was veel meer sprake van vijandschap tussen Jacob en zijn broer Ezau. Die botsten tijdens de zwangerschap al met elkaar.

Genesis 25: 21,22a

Omdat Rebekka onvruchtbaar bleek, bad Isaak vurig voor haar tot de HEER, en de HEER verhoorde zijn gebed: Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger.

De kinderen in haar lichaam botsten hard tegen elkaar.

Later gaf God verschillende profeten boodschappen van oordeel over Edom vanwege Edoms haat tegen Israël.
 
b. Profetieën omtrent de afstammelingen van Ismaël
In het Oude Testament staan veel profetieën die betrekking hebben op de volkeren rondom Israël.

Jaap Bönker en Maarten Nota schatten dat het wel om 35% van alle profetieën gaat.
[1], pag. 116.

Tegenwoordig zijn dit allemaal Arabische volkeren. Een deel van hen zijn directe afstammelingen van Ismaël. De meerderheid is Moslim en ziet Ismaël als hun geestelijke voorvader. Het voert te ver om elke profetie afzonderlijk te behandelen. Hier concentreren we ons op drie belangrijke die nog niet in vervulling gegaan zijn.
 
1)   Jesaja 60
 
De meest in het oog springende profetie vinden we in Jesaja 60: 6 en 7, waar staat:
Jesaje 60: 6 en 7
6
  Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa.
Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud.
Zij verkondigen de roemrijke daden van de HEER.
7
  Alle schapen en geiten van Kedar worden voor jou bijeen­gedreven, Nebajots rammen staan je ter beschikking; ze zijn weer welkom als offer op mijn altaar. Mijn tempel zal ik in alle luister herstellen.

Kudde kamelen
 
Hier worden twee zonen van Ismaël genoemd, Kedar en Nebajot.
Daarnaast wordt Midjan genoemd, die in Genesis 37: 28 en in Rechters 8: 24 gekoppeld wordt met de Ismaëlieten.
Efa is een zoon van Midjan (Genesis 25: 4) en Seba is een zoon van Abraham en Ketura (Genesis 25: 3).
Zij zullen van hun rijkdommen brengen. En niet zomaar een beetje. Nee, er zal een overvloed zijn aan geschenken van de afstammelingen van Ismaël.
 
2)   Psalm 72
Psalm 72: 12-15
12
  Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.
13
  Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt hij het leven.
14
  Hij verlost hen van onderdrukking en geweld,
hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
15
  Leve de koning! Men zal hem goud van Seba schenken,
zonder ophouden voor hem bidden,
hem zegen toewensen, dag aan dag.

Psalm 72 geeft een prachtige beschrijving van de Messias, de beloofde koning die voor eeuwig zal regeren. In vers 9 wordt gesproken over de woestijnbewoners die voor hem zullen buigen. Ismaël ging wonen in de woestijn en daar woont nu zijn nageslacht. In deze psalm worden zij beschreven als vijanden. Het moge duidelijk zijn dat dit een profetische boodschap was over hetgeen nog stond te gebeuren.
 
We hebben al gezien dat de Israëlieten en Ismaëlieten weinig problemen met elkaar hadden in de periode voor Christus. Na de verwoesting van Jeruzalem gingen veel Joden in Arabië wonen. Tot op heden zijn er nog Joodse gemeenschappen op het Arabisch Schiereiland. In de 6e eeuw regeerde zelfs een Joodse koning over Zuid Arabië.
 
Pas met de komst van de islam is de vijandschap tot de Joden sterk gegroeid. De joden accepteerden Mohammed niet als profeet van God. Ook de Christenen deden dat niet.
 
De grootste zonde die een Moslim kan begaan is om te belijden dat God een partner heeft. Iedere dag verkondigt de muezzin bij de gebedsoproep dat God geen zoon heeft. De Moslims hebben geleerd om degenen die Christus aanbidden te haten, want die begaan allemaal volgens hen de grootste zonde. Maar Mohammed heeft niet het laatste woord.
Psalm 72: 9
9
  Laten de woestijnbewoners voor hem buigen, zijn vijanden het stof van zijn voeten likken.

Psalm 72: 9 uit de Statenvertaling
9
  De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen.
(Nadruk niet in oorspronkelijke tekst)

Er zal een tijd van vijandschap zijn, maar daarna zal ook een tijd komen waarin de moslims voor Jezus zullen knielen.
 
Ook de koningen van Scheba en Seba zullen komen. Zij zullen onophoudelijk voor hem bidden.
 
3)   Jesaja 45
 
De laatste tekst die we bekijken is:
Jesaja 45: 14
14
  Dit zegt de HEER:
De Egyptenaren met hun schatten,
de Nubiërs met hun rijkdom en de rijzige Sabeeërs,
zij zullen komen en jullie toebehoren.
Ze komen in ketenen en volgen je, ze buigen voor je en belijden:
'Bij u alleen is een God, er is geen andere god, niet één'.

Deze profetie heeft betrekking op het huidige Egypte, Ethiopië en waarschijnlijk Jemen. Bijbelcommentator Gill zegt hierover: ¹)
"dit is een profetie over de bekering van velen in deze landen, die zich zullen voegen in de kerken van Christus".
Over de ketenen zegt hij:
"Onderworpen aan en overwonnen door de genade van God, zullen ze komen in de ketenen van veranderende genade, getrokken met de koorden van liefde, en de banden van een mens, toch zullen ze gewillig komen; gewillig gemaakt op de dag dat de kracht van goddelijke genade over hun zielen komt".
 
¹) Zie: Online Bible Gill's Commentary van Jesaja 45: 14
www.onlinebible.org/html/dut/
Er komt een dag dat de Moslims zullen belijden dat Yahweh, de God van Abraham, Isaak en Ismaël, de ware God is. Ze zullen de genade van God in Christus kennen en ervaren.
 
c. Vervulling van de profetieën
De grote oogst onder de Arabieren waarvan in deze profetieën gesproken wordt, is nog steeds niet gekomen. Dat betekent dat het nog steeds staat te gebeuren. God heeft een plan met de miljoenen Moslims in het Midden Oosten. Zijn liefde gaat ook uit naar de miljard geestelijke nakomelingen van Ismaël die overal in de wereld leven, van Noord Amerika tot Europa tot Indonesie en Australie toe. Door de geschiedenis heen zien we al tekenen van hoop dat Hij hen op een dag op machtige wijze tot zich gaat trekken.
 
Een paar voorbeelden uit de Bijbel:
  1. De Koningin van Scheba, 1 Koningen 1: 1-13.
     
    Matthew Henry ziet in deze verzen de vervulling van Psalm 72 met David als degene die tot zijn zoon Salomo sprak ²). Dit sluit niet uit dat er andere tijden van vervulling zijn, zoals we vaak met profetieën zien. Temeer daar deze profetie dezelfde strekking heeft als de eerdergenoemde in Jesaja, welke pas eeuwen later zijn opgetekend.
     
    ²) Zie: Online Bible Full Matthew Henry Commentary van 1 Koningen 10: 1-13.
    www.onlinebible.org/html/dut/

     
  2. De Wijzen uit het Oosten, Matteüs 2.
     
    Wierook en mirre De evangelist Matteüs benadrukt in de eerste hoofdstukken telkens weer hoe profetieën in het leven van Jezus vervuld werden. Het verhaal van de magiërs (wijzen) is daar deel van. Ofschoon Matteüs niet expliciet verwijst naar Jesaja 60, zijn de parallellen te sterk om hierin niet een gedeeltelijke vervulling te zien. Zo worden precies dezelfde geschenken genoemd, namelijk goud en wierook. Zo kunnen we in de magiërs de voorlopers zien van de vele nakomelingen van Ismaël die Jezus nog als Heer en Koning zullen aanbidden.
     
  3. Paulus' eerste missie
     
    Na zijn radicale bekering, kreeg Paulus de opdracht om het evangelie aan de heidenen (de niet-Joden) te verkondigen. Paulus beschrijft in zijn brief aan de gelovigen in Galatië zijn roeping en hoe hij daaraan gehoorzaam was.
    Galaten 1: 15-18
    15
      Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen,
    16
      zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd
    17
      en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus.
    18
      Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken.

    Zodra Paulus zijn roeping kreeg en Ananias zijn ogen geopend had, vertrok hij naar Arabie. Een bekende traditionele opvatting is dat hij daar in de woestijn de tijd nam om te mediteren op het woord van God. In Handelingen 9 lezen we echter dat Paulus direct het evangelie begon te verkondigen (v. 20). Hij was meteen gehoorzaam aan zijn nieuwe taak. Hij verbleef enkele dagen bij de discipelen (v. 19) en groeide snel in zijn overredingskracht (v. 22). Na vele dagen probeerden de Joden hem te doden (v. 23). Om de gebeurtenissen in Paulus' leven in chronologische volgorde te plaatsen, kijken we naar wat hij zelf zei over zijn ontsnapping uit Damascus.
    2 Korintiërs 11: 32-33
    32
      Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen;
    33
      ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.

    Toen Paulus terugkeerde naar Damascus wilden de Joden hem doden. Mogelijk vertelde hij aan hen hoe God de eerste heidenen had gered. Ze waren al boos dat hij vrijuit verkondigde dat Jezus de Christus was. Dat hij ook nog de Arabieren 'misleidde', ging te ver.
Het is dus heel aannemelijk dat de Arabieren de eerste heidenen waren aan wie God het goede nieuws bekend maakte. Onder hen waren hoogstwaarschijnlijk de magiërs, de eerste heidenen die ooit Jezus als koning hadden aanbeden. Jaren later stuurde God zijn dienstknecht om hen bekend te maken dat deze koning voor hun zonden gestorven was en weer opgestaan. Dit hoeft ons niet te verbazen gezien Gods bijzondere liefde voor Ismaël en Zijn belofte om hem rijkelijk te zegenen.
 

Terug naar het begin
 3. Nog te gebeuren
 
Hier komen we bij de climax van Gods reddingsplan met deze wereld, en in het bijzonder met de Moslims. We hebben gezien dat de profetieën in Psalm 72 en Jesaja 45 en 60 nog niet volledig vervuld zijn. Hoe zal dat gaan?
 
De apostel Paulus schrijft aan de Romeinen over de relatie tussen de Joden en de heidenen. Als we bij het lezen over de heidenen specifiek aan de Ismaëlieten denken, dan ontdekken we een bijzonder plan van God. Paulus haalt de woorden van Hosea aan:

Hosea 2: 25

(…) want het land zaai ik in met mijn volk.
Over Lo-Ruchama zal ik mij ontfermen,
Lo-Ammi noem ik weer mijn volk,
en dan antwoordt hij: 'Mijn God'.

Hosea 2:1b

(…) En waar tegen hen gezegd is: 'Jullie zijn mijn volk niet meer', zullen ze weer kinderen van de levende God worden genoemd.

In veel Bijbelvertalingen zijn deze verzen genummerd als Hosea 2: 22, resp. 1: 10b.


Romeinen 9: 25-26
25
  'Wat mijn volk niet was, zal ik mijn volk noemen; wie mijn geliefde niet was, zal ik mijn geliefde noemen.
26
  En waar tegen hen gezegd is: "Jullie zijn mijn volk niet", zullen ze kinderen van de levende God worden genoemd.'

Wat moet Ismaël zich afgewezen hebben gevoeld door God, toen hij hoorde dat God een andere zoon aan Abraham beloofde. Hij was niet de beloofde zoon en ook niet degene door wie alle volken op aarde gezegend zouden worden. Zijn nakomelingen hoorden over de wonderen die God deed voor Isaak's nageslacht in Egypte.
 
Op weg naar een geweldig land van melk en honing trokken de Israëlieten veertig jaar door de woestijn. Zijzelf woonden er permanent! Maar er komt een dag dat God de Ismaëlieten zijn volk gaat noemen, zijn geliefde. Wat een troost voor de Arabieren dat dit Gods plan voor hen is.
 
Dan legt Paulus uit hoe God steeds geprobeerd heeft om de Israëlieten het goede nieuws bekend te maken. Hij heeft veel profeten gestuurd, en uiteindelijk zijn eigen Zoon, Jezus Christus. Maar ze zijn ongehoorzaam en opstandig. Dan komt God met een bijzonder plan om hen toch tot zich te trekken. Hij besluit om ze jaloers te maken.
 
In verhalen en films komen we weleens het thema tegen van een man die geen aandacht heeft voor zijn vrouw. Zij schenkt expres aandacht aan een andere man met de bedoeling om haar echtgenoot jaloers maken. Zo hoopt ze hem terug te winnen.
 
Op eenzelfde manier gaat God de heidenen zegenen, in de hoop dat de Israëlieten weer naar Hem gaan verlangen en tot Hem terugkeren. Paulus beschrijft daarin zijn eigen plaats. Hij wil zo graag de Joden tot jaloezie wekken en hoopt dat zelfs zijn roeping om het goede nieuws bekend te maken onder de heidenen daartoe zal leiden. Het is vanwege de Joden dat hij zijn taak onder de heidenen zo serieus neemt.
 
In totaal spreekt Paulus drie keer over het jaloers maken van de Joden. Wie zouden daar het meest geschikt voor zijn? Zouden dat niet degenen zijn die het dichtst bij hen staan en naast hen wonen? Hun eigen half-broer, de nakomelingen van Ismaël? Wat zal het de Joden doen als de Moslims in aanbidding tot Christus hun gaven komen brengen, zoals Jesaja voorspeld heeft? Zou Paulus daarom eerst naar Arabië gegaan zijn en de Ismaëlieten als eersten het goede nieuws gebracht hebben?
 
Paulus sluit zijn betoog af met het bekend maken van een goddelijk geheim.
Romeinen 11: 25-27
25
  Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden.
26
  Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: 'De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht.
27
  Dit is mijn verbond met hen, wanneer ik hun zonden wegneem.

Jesaja 59: 20

Hij zal als bevrijder naar Sion komen,
naar allen uit Jakobs nageslacht
die met de misdaad breken
- spreekt de HEER.

Jeremia 31: 33

Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met IsraŽl zal sluiten - spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk.

Lezen we dit met de Moslims in gedachten, dan zien we dat God nog vele miljoenen gaat redden. Pas als allen zijn toegetreden, zullen de Israëlieten massaal tot geloof komen. Met de doodstraf op afvalligheid van de islam, gelden de Moslimlanden als de moeilijkste plaatsen voor mensen om tot geloof te komen. Maar God zal hen zegenen en Ismaël vrijmaken van de slavernij onder de Sharia wetgeving.
 
Twee verzen later lezen we dat God de genade die hij schenkt nooit terug­neemt. Hij heeft beloofd Ismaël te zegenen en zal dat beslist doen. En in vers 32 leren we dat God de mensen voor een bepaalde tijd in ongehoorzaamheid heeft gelaten, opdat hij voor hen barmhartig kan zijn. God is barmhartig voor de fysieke en geestelijke nakomelingen van Ismaël! Mogen wij dat ook zijn.

Romeinen 11: 29

De genade die God schenkt neemt hij nooit terug, wanneer hij iemand roept maakt hij dat niet ongedaan.

Romeinen 11: 32

Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat hij voor ieder mens barmhartig kan zijn.

 

Terug naar het begin
 4. Conclusie
 
God beloofde Hagar al tijdens haar zwangerschap dat Hij Ismaël zou zegenen en tot een groot volk zou maken. Diezelfde belofte herhaalde Hij daarna twee maal aan Abraham en tenslotte nogmaals aan Hagar. Deze zegen is nauw verwant aan de belofte van God aan Isaak en zijn nageslacht.
 
Ofschoon de beloofde Messias uiteindelijk niet door de lijn van Ismaël zou komen, is hij niet alleen bijzonder geliefd door Abraham maar ook door God zelf. God heeft zijn liefde aan Ismaël en diens nageslacht reeds talloze keren bewezen. We kunnen in het bijzonder denken aan de magiërs en degenen die onder Paulus' gehoor kwamen. Daarnaast heeft Hij de profeten bekend gemaakt dat velen van hen tot geloof zullen komen. God heeft hen tot een grote natie gemaakt met een speciaal doel, namelijk dat zij eer en glorie zullen brengen aan Hem.
 
We mogen geloven en verwachten dat God in deze tijd bezig is om Zijn plan te vervullen en dat vele Moslims hun knieën gewillig zullen buigen voor Koning Jezus.
 
We sluiten deze studie af met de toepasselijke woorden waarmee Paulus het gedeelte over Israël en de Ismaëlieten en andere heidenen afsloot:
Romeinen 11: 33-36
33
  Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen.
34
  'Wie kent de gedachten van de HEER, wie was ooit zijn raadsman?
35
  Wie heeft hem iets gegeven dat door hem moest worden terugbetaald?'
36
  Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.
 

Terug naar het begin
 Literatuur
Goede boeken om meer over dit onderwerp te lezen:
 
[1] Bönker, Jaap, & Nota, Maarten; De God van Abraham, Isaak én Ismaël.
Eén weg naar vrede in het Midden Oosten.

Initialmedia, Rotterdam, 2006.
 
[2] Culver, Jonathan; The Ishmael Promise and Contextualization Among Muslims.
International Journal of Frontier Missions, Vol. 17:1 Spring 2000.

Engels
Kregel Publications, Grand Rapids MI, USA, 2006.
 
[3] Maalouf, Tony; Arabs in the Shadow of Israel.
The Unfolding of God's Prophetic Plan for Ishmael's Line

Engels
Kregel Publications, Grand Rapids MI, USA, 2006.
ISBN-10: 0825431840
ISBN-13: 9780825431845
 
[4] Malick, Faisal; The Destiny of islam in the End times.
Understanding God's heart for the Muslim people.

Engels
Destiny Image Publishers, INC, Shippensburg, PA, USA, 2007
ISBN-10: 076842593X
ISBN-13: 9780768425932
 
 
 

Versie: 14 september 2011