Achtergrond informatie
 

Wat geloven de moslims?

  Het is niet goed mogelijk om de islam in een kort bestek te beschrijven. Wij beperken ons daarom tot een summiere behandeling van zaken die te maken hebben met het godsbeeld binnen de islam en de plaats van de mens in relatie tot God die daar uit voortvloeit. Omgangsregels voor mensen onderling blijven hier buiten beschouwing.  
  Algemeen
Moslims aanbidden Allah, die volgens de Koran dezelfde God is als die van joden en christenen. De Koran is het heilige boek van de moslims, dat door de engel Gabriël werd gedicteerd aan Mohammed, die als de grote profeet van de islam wordt beschouwd.
De profeet Mohammed wordt niet als heilige aanbeden: alleen Allah is heilig.
 
God wordt door moslims aanbeden als Schepper van Alles. De islam kent aan God 99 eigenschappen toe. Hij is ver boven de mens verheven, soeverein, barmhartig, almachtig en alwetend.
Volgens moslims openbaart God zichzelf niet persoonlijk aan de mens. Van God kan door de mens niets worden gekend, behalve Zijn wil die via Mohammed aan de mens geopenbaard is. Tekenen van Zijn bestaan zijn echter wel te herken­nen in de pracht van de schepping.
Moslims spreken de grootheid van God vaak uit door middel van de uitdrukking Allahu Akbar (God is de grootste).
 
 
  Heilige boeken: De Koran
Het heilige boek van de moslims is de Koran. Dit is de geschreven tekst van de openbaringen die Mohammed vanaf 610 zou hebben ontvangen van de engel Gabriël. Mohammed ontving openbaringen tot aan zijn dood in 632, dus gedurende 22 à 23 jaar.
De Koran (ook wel Qur'an genoemd) bevat 114 hoofdstukken (soera's), die een naam hebben die ontleend is aan de eerste woorden van die soera. Zo zijn er de soera De Koe, soera Maryam (Maria), soera Pracht en Praal, enzovoort.
De soera's zijn elk onderverdeeld in genummerde verzen.
 
Geopende Koran De Koran spreekt met respect over de Heilige Boeken, de Thora, de Psalmen en het Bijbelse Evangelie, waardoor volgens de islam God in vroeger tijden eveneens tot de mensen heeft gesproken. Men gelooft echter dat de Koran de laatste en beslissende openbaringen van God bevat en dat de andere Heilige Boeken veranderd en vervalst zijn. Dit heet 'tahreef'. De originele boeken zijn alleen in de hemel bewaard gebleven.
 
Joden en christenen worden de Mensen van het Boek genoemd. Omdat de Koran fragmentarisch is opgebouwd, geeft de Koran het advies om bij twijfel de Mensen van het Boek te raadplegen.
 
De inhoud van de Koran werd in het Arabisch geopenbaard en die taal is voor de islam dan ook de taal van de hemel. Men gelooft dat het Arabisch van God komt en dat deze hemelse taal niet goed genoeg in een andere taal kan worden omgezet. Vertalingen worden beschouwd als een Koranuitleg en hebben dus niet de heilige status die de Arabische Koran heeft.
 
Mohammed en de engel GabriŽl
Oud-Perzische afbeelding waarop de engel Gabriël Mohammed toespreekt.
Mohammed wordt hier afgebeeld met een gezicht. In de islam is dat verboden, maar het was in het oude PerziŽ niet ongebruikelijk.
Moslims onderscheiden twee perioden waarin de soera's geopenbaard zijn. In de eerste periode, toen Mohammed als profeet begon, vinden we meer verzen die spreken over tolerantie naar andere geloven. In deze tijd had Mohammed nog weinig volgelingen en werd door velen niet erkend als profeet van God, in het bijzonder door de joden.
Vanwege de druk is hij van Mekka naar Medina gevlucht. Dit wordt de Hijra genoemd en is tevens het begin van de islamitische jaartelling. In Medina kreeg Mohammed veel meer volgelingen en heeft uiteindelijk met geweld Mekka voor de islam gewonnen. De soera's die over het doden van de ongelovigen gaan, dateren uit de periode na de Hijra.
 
Omdat de soera's niet op chronologische volgorde in de Koran staan, is het heel moeilijk om ze goed te interpreteren. Wel is het zo dat, in geval van tegen­stellingen, de soera's uit de tweede periode die van de eerste annuleren.
 
Vandaag de dag gebruiken Moslims die een minderheid vormen de soera's uit de beginperiode. Daar waar ze de meerderheid vormen, passen ze de soera's toe uit de tweede periode.
 
Naast de Koran wordt door veel moslims veel gezag toegekend aan de Hadith. Dat zijn de overgeleverde uitspraken en daden van Mohammed en zijn volgelingen. Pas in 733, een eeuw na de dood van de profeet in 632, werden de Hadith voor het eerst op schrift gezet.
In grote verzamelingen overleveringen staat beschreven wat Mohammed (of zijn naaste volgelingen) zei en deed. Dit wordt ook wel de soenna genoemd, de traditionele leefwijze. Het is belangrijk om te weten dat men ook aan zijn algemene spreken en handelen het gezag van een goddelijke openbaring toekent.
 
Uit de Koran en de Hadith werden later de islamitische wetten samengesteld, de sharia. In ongeveer de helft van de islamitische landen wordt de sharia in een gemengd rechtssysteem gebruikt, naast een wetgeving volgens westers model.
 
Belangrijk is ook het begrip tawhid, dat letterlijk 'één maken' betekent. God is de enige is die er werkelijk toe doet. Tawhid is daarom tegen de scheiding van geloof en staat. Tawhid staat aan de basis van de politieke islam, het islamisme.
 
 
  Leefregels: de vijf zuilen
Leefregels zijn belangrijk in de islam. Ze zijn vastgelegd in de Koran en komen tot op zekere hoogte overeen met die van het jodendom en het christendom. Er zijn echter ook duidelijke verschillen.
 
De vijf islamitische leefregels worden ook wel de vijf zuilen genoemd:
  • Het reciteren van de geloofsbelijdenis.
    'Er is geen God behalve Allah en Mohammed is zijn profeet'
  • Het jaarlijkse vasten gedurende de maand Ramadan.
    (vasten van zonsopgang tot zonsondergang)
  • Het geven van aalmoezen aan de armen.
  • Vijf keer per dag bidden, met het gezicht in de richting van Mekka.
  • De pelgrimstocht naar Mekka.

Kansspelen en alcohol zijn uit den boze. Het afbeelden van God of de profeten wordt afgewezen.
 
 
  Belangrijkste stromingen
Kort na de dood van Mohammed in 632 ontstond een onenigheid over de opvolging. Deze richtingenstrijd leidde in 661 tot een schisma tussen tussen de Sjia ('partij') en de Ahli Soenna ('Volk van de traditie / van de Profeet'). De soennieten vormen hier van de grootste groep: Meer dan 90% van de moslims is soenniet. De sjiieten zijn dus een minderheid. Ze wonen voornamelijk in Irak.
 
De meningsverschillen gaan niet echt over de geloofsleer en geloofspraktijk van de islam, maar liggen meer op het politieke, spirituele en ideologische vlak. In principe kan een moslim in iedere moskee aan het gebed deelnemen en vrijwel alle groeperingen houden zich aan de basispunten van de geloofsleer en geloofspraktijk zoals hierboven genoemd.
 
Binnen de twee hoofdrichtingen ontstonden er leerscholen. Op het Arabisch Schiereiland is de Hanbali-leerschool belangrijk. Hieruit kwam het conservatieve Wahabisme voort, dat in Saoedi-Arabië de staatsgodsdienst is. Het Salafisme is hier aan verwant.
Uit het Wahabisme zijn weer andere, nog conservatievere stromingen ontstaan, zoals de Takfiri. Het handelen van deze kleine groeperingen leidt er vaak toe dat met name het Wahabisme in een kwaad daglicht wordt gesteld.
 
Dansende derwishen Een derde stroming is het soefisme. Net als het soennisme en het sjiisme is het soefisme al vroeg in de geschiedenis van de islam ontstaan. Het is een mystieke stroming, gekenmerkt door een wisselwerking van religieuze en spirituele invloeden. Binnen het soefisme zijn vele leerscholen, elk met eigen interpretaties en accenten. Een precieze definitie van soefisme is daarom niet te geven.
Op het Arabisch Schiereiland vormen de soefi's een zeer kleine minderheid, die voornamelijk in Jemen is te vinden.
Bekend zijn de dansende derwisjen uit Turkije. Door in het rond te tollen raken zij in extase en zo proberen zij tot God te komen. Qua godsbeleving staan de soefis nog het dichtst bij de christenen omdat zij godservaringen zoeken, terwijl de orthodoxe moslim zich richt op het volgen van alle geboden.
 
 
  Geloof en bijgeloof
Net als christenen en joden geloven moslims in het bestaan van engelen, dienaren van God. Engelen zijn door God geschapen. De islam kent vier aartsengelen en miljoenen beschermengelen.
 
Islamitische voorstelling van een engel Traditioneel geloven moslims dat op de schouders van elk mens twee engelen zitten: één aan de rechterkant die zijn goede daden en woorden noteert, de ander aan de linkerkant om zijn zonden op te schrijven.
Ieder mens is zélf verantwoordelijk voor zijn eigen daden en moet de gevolgen daarvan dragen bij het eindoordeel. Dat eindoordeel is afhankelijk van de eindbalans tussen zonden en goede daden. Anderzijds geloven de moslims dat God alles van tevoren heeft bepaald. Als er een ongeluk gebeurt of iemand wordt ernstig ziek of sterft dan is dat omdat het 'geschreven' is. Dit leidt tot een fatalistische kijk op het leven. Wie kan immers nog veranderen wat God al van tevoren opgeschreven heeft?
 
Vergeving van zonden is in islam anders dan in het christendom en het jodendam. Door goede daden te doen kunnen de gevolgen van slechte daden ongedaan worden gemaakt. Zo wordt geleerd dat vasten in Ramadan en vooral buiten Ramadan veel compensatie levert voor gedane zonden. En als iemand de pelgrimsreis maakt, worden al zijn of haar zonden van daarvoor vergeven. Iemand die zich tot de islam bekeert mag zich ook verzekerd weten van vergeving van alle voorgaande zonden. De grootste moeilijkheid voor de moslims is dat ze nooit weten of ze op het moment van sterven wel vergeven zijn. Mogelijk hebben ze toch een zonde begaan vlak voor het sterven waar ze geen goede daad tegenover hebben kunnen stellen. Omdat ze moslim zijn geloven ze dat ze naar de hemel gaan, maar eerst zullen ze de straf moeten ontvangen voor hun slechte daden die nog open staan.
Iemand die als martelaar sterft heeft de grootste kans om geen straf te krijgen, omdat ze op het moment van sterven een goede daad deden voor God. Een zelfmoordaanslag tegen ongelovigen wordt binnen bepaalde groepen ook gezien als een goede daad voor de verdediging of verspreiding van de islam.
De islam kent dus niet de zekerheid van vergeving en verlossing van zonden, zoals in het jodendom door het brengen van offers en in het christendom door het offer van Jezus Christus.
 
De Koran leert het bestaan van een duivel, Iblis of Shaitan genaamd. Toen God Adam geschapen had, gebood Hij alle engelen om voor Adam te buigen. Iblis weigerde dit want hij was van vuur gemaakt en Adam van stof. De volgelingen van Iblis heten Shaiateen.
Daarnaast kent de islam geestelijke wezens die de gedaante kunnen aannemen van een mens. Zij worden djinn genoemd. Er zijn mannelijke en vrouwelijke djinns. Hoewel djinns andere wezens zijn dan mensen zitten ze volgens de islam in dezelfde positie als de mensen. Ze hebben de keus om God al of niet te volgen. Onder hen bestaan daarom dus ook moslims en niet-moslims.
 
Djinns spelen een grote rol in het dagelijks leven van aanhangers van de z.g. 'volksislam'. Dat is islam vermengd met plaatselijke gebruiken die hun oorsprong vinden in de tijd vóór het ontstaan van de islam. Denk hierbij aan magie, het gebruik van amuletten en geloof in het boze oog.
Veel gebruiken van de volksislam zijn in strijd met de orthodoxe islamitische leer. Voor de ongeletterden is de realiteit van de djinn en van magie veel belangrijker dan de orthodoxe leer. En ofschoon de orthodoxe leer veel magische handelingen afkeurt, keren zelfs orthodoxe gelovigen zich tot de magiërs als een familielid bezeten is of ernstig ziek.
 
 
  Jezus in de islam
Moslims erkennen Jezus als een belangrijke profeet, maar niet als Verlosser en Middelaar. Door de hele Koran wordt Jezus genoemd als 'Isa, de zoon van Maryam' (Maria).
De Koran bevat meer verwijzingen naar Isa dan naar Mohammed (!!). Dit onderstreept het belang van Jezus binnen de islam.
 
Kerk en Moskee Moslims geloven dat de Isa laatste profeet van IsraŽl was en de Messias. Zij geloven ook in de wonderen van Isa (zijn maagdelijke geboorte, genezingen, opwekken van doden, etc.), maar geloven dat deze wonderen door God verricht werden via Isa; vergelijk Filippenzen 2:6-8.
 
De grootste zonde voor Moslims is om iemand te verheffen tot de positie van God of diens metgezel. Daarom wordt de uitspraak: 'Isa is de zoon van God' gezien als de grootste godslastering. Moslims denken daarbij dat God Jezus verwekt zou hebben door een lichamelijke relatie met Maria. Dit is voor Christenen uiteraard ook godslasterlijk en niet wat de Bijbel leert.
 
De dood van Jezus aan het kruis wordt ontkend. Binnen de islam wordt geloofd dat God aan een ander de gelijkenis van Isa heeft gegeven en dat deze is gekruisigd in plaats van Isa zelf.
 
Het is overigens zo dat de interpretatie van de Koran door de eeuwen heen veranderd is. Zo kwam de interpretatie van vroegere geleerden veel meer overeen met hetgeen in de Bijbel te vinden is. Wordt tegenwoordig uitgelegd dat 'tahreef' betekent dat hele verzen in de Bijbel veranderd zijn, vroeger was de uitleg dat de joden de heilige boeken verkeerd interpreteerden.
Een ander voorbeeld is de soera waarin God zegt dat Hij Jezus doodt en hem oprijst. Tegenwoordig wordt dit gezien als verwijzing naar de wederkomst. Dan zal Jezus sterven en zal God hem naar de hemel doen oprijzen. De meest voor de hand liggende uitleg is echter zoals ook in het Evangelie beschreven wordt, namelijk dat God Jezus doet sterven en opwekt.
 
De moslims verwachten een antichrist aan het eind der tijden. In die tijd zal Jezus terugkomen naar de aarde en met hem vechten en winnen. Daar zien de moslims naar uit.
 
De Koran zegt ook dat Isa een 'woord' van God was, omdat zijn komst in het Oude Testament werd voorspeld.
 
 
  Tenslotte
De islam is geen Kerk en heeft in principe geen kerkelijke hiërarchie. Iedere moslim is vrij om een interpretatie van een geestelijke voorganger te kiezen.
 
 
 

Versie: 15 oktober 2009